Wie ben ik?


Jongeren leren elkaar beter kennen door interviews te doen en kranten te maken met verhalen over elkaar. Ze leren ook op een ludieke manier meer over hun binnen- en buitenkant.

Informatie


Wie ben ik - Mooi vanbinnen Complimenten geven - Complimenten aanvaarden - Jezelf zijn

12 - 14 jaar

4 - 20 jongeren

60 min.

Pennen, papier (A3 en A4), plakband, scharen, touwtjes, paspoorten

Nabespreking


Plak op de rug van iedereen een A4’tje. Loop naar iemand toe en schrijf op zijn A4’tje wat je aan die persoon leuk vindt. Als je klaar bent loop je naar iemand anders en zo ga je iedereen af. Als iedereen ‘bij iedereen’ iets opgeschreven heeft, mag het A4’tje van de rug gehaald worden en mogen ze het lezen. Praat nog heel even met elkaar na. Maak wel de afspraak dat er enkel positieve dingen worden gezegd. Hoe is het om zoveel leuke dingen over jezelf te lezen?

Verloop


Start met een opwarmertje rond het thema.

Schrijf zoveel namen van bekende personen op kleine papiertjes als dat er jongeren zijn. Plak ze op het voorhoofd van de jongeren zonder dat ze weten welke naam er op hun voorhoofd staat (je kunt ook namen van de jongeren zelf gebruiken). De jongeren proberen erachter te komen wie ze zijn door vragen aan de anderen te stellen. De vragen mogen alleen met ja of nee beantwoord worden, dus: ‘ben ik een man/vrouw’, ‘ben ik ouder dan 40 jaar’ etc. Het is leuk om met z’n allen te gaan staan en door het lokaal te lopen, zodat je gemakkelijk vragen aan elkaar kunt stellen.

Interview

Deel de jongeren in duo’s in. Doe dit door touwtjes (1m lang) in de lengte naast elkaar te leggen en ze in het midden vast te houden (kies voor het aantal touwtjes de helft van het aantal jongeren). Ga op een stoel staan en houd de touwtjes vast. Laat de jongeren een uiteinde van een touwtje zoeken. Twee jongeren zullen nu door hetzelfde touwtje met elkaar verbonden zijn en vormen samen een tweetal.

Vertel dat we elkaar gaan interviewen. Geef iedereen een A3-vel waarop het voorbeeld van de krant al getekend is (hieronder zie je een voorbeeld). Op dit vel gaan de jongeren van degene die ze interviewen een krant of tijdschrift maken. Je stelt elkaar vragen over je ID-kaart, wat je graag doet of wat je blij maakt. Je kunt ook van elkaar een kleine cartoon maken of elkaars gezicht tekenen. De jongeren zijn vrij om er eigen vragen aan toe te voegen. Geef tot slot de krant een naam waarbij het leuk is om een allittererende zin te gebruiken, bv. Marleens Magazine, Marieke’s Margriet…

Binnen- en buitenkant

Laat als leider je paspoort zien en vertel dat het voor een politieagent voldoende is om je paspoort te bekijken als hij wil weten wie je bent. Hij leest je naam, ziet je foto en dat is voor hem genoeg. Maar weet die politieagent dan werkelijk wie je bent? Weet hij bijvoorbeeld of je aardig bent of eerlijk? Of je bang bent in het donker of al een jaar verliefd bent op die ene jongen of op dat ene meisje? Nee, want dat is aan de buitenkant niet zichtbaar en staat al helemaal niet in een paspoort. Gelukkig ook maar, want niet iedereen hoeft te weten wie wij echt zijn.

Leg nu op de grond de gezichten neer en vertel dat deze gezichten tonen wat er binnen in ons leeft. In ons hart en in onze gedachten. Of we blij zijn of boos, wat we denken, onze dromen. Dit kun je allemaal aan anderen laten zien, bijvoorbeeld aan je ouders of je vrienden, maar dat hoeft niet. Misschien vind je het juist wel fijn om sommige dingen aan niemand te vertellen of wil je het wel vertellen, maar durf je niet.

Vraag nu het volgende aan de jongeren:

  • Welk gezicht(en) vind je makkelijk om aan anderen te laten zien? Kun je daar een voorbeeld bij geven?
  • Welke gezicht (en) houd je liever voor jezelf?