ADHD


Als je ADHD hebt wil dat zeggen dat je erg actief bent. Je hebt het gevoel alsof je je energie niet kwijt geraakt. Meestal DOE je eerst en denk je daarna.
Het is voor jou ook moeilijk om je aandacht bij iets te houden. Je bent bijvoorbeeld snel afgeleid als je een toets aan het maken bent.

Het is wel normaal dat je af en toe actiever bent dan anders. Of dat je soms sneller afgeleid bent. Herken jij jezelf hierin? En ondervind jij of je omgeving last van je gedrag? Dan doe je er goed aan contact op te nemen met het CLB, een psycholoog of je arts.

Hoe herken je het?


Voorbeelden van problemen met hyperactiviteit:

  • Je bent erg ‘druk’. Ook op momenten wanneer dat niet gepast is of wanneer anderen dat niet verwachten. Als je aan tafel zit kan je bijvoorbeeld moeilijk helemaal stilzitten.
  • Soms weet je zelf niet dat je aan het bewegen bent of aan het prutsen met iets.
  • Je krijgt vaak te horen dat je moet ophouden met wiebelen of frutselen.
  • Je denkt niet lang na over wat je gaat zeggen. Je zegt wat er in je opkomt. Je hebt bijvoorbeeld altijd als eerste een antwoord klaar in de klas.

Voorbeelden van problemen met aandacht:

  • Je maakt zelden een taak af zoals het moet. Je begint vaak aan verschillende dingen tegelijk en vergeet dan waar je mee bezig was.
  • Als je een opdracht krijgt in de klas, hoor je enkel het eerste en/of het laatste deel.
  • Het is voor jou moeilijk om dingen te plannen. Je vergeet vaak dingen of geraakt spullen kwijt.
  • Je bent afgeleid door kleine dingen. Je kan bijvoorbeeld niet goed opletten in de klas. Maar je ziet wel vogels voorbij het raam vliegen. Of je ziet iemand die twee banken verder zit te spieken bij een toets.

Waarom?


Waarom krijgt iemand ADHD? De juiste oorzaken zijn nog niet gevonden. Onderzoekers weten wel dat de hersenen anders werken bij iemand met ADHD. ADHD kan ook ‘in de familie’ zitten. Het is dus (voor een deel) erfelijk.

Wat kan je doen?


ADHD gaat niet zomaar over. Je kan er wel voor zorgen dat je er minder last van hebt. Je vraagt best hulp aan een psycholoog of arts. Je kan ook steeds terecht bij iemand van het CLB, JAC of de AWEL.

  • Het is belangrijk dat je ermee leert omgaan. Het helpt niet als je je ertegen verzet. Daar word je enkel zenuwachtig van.
  • Je gedrag leren aanpassen. Je leert bijvoorbeeld langer te wachten vooraleer je iets zegt door in je hoofd tot 10 te tellen. Of je leert structuur aan te brengen in je leven. Je maakt bijvoorbeeld lijstjes voor jezelf of gaat elke dag op hetzelfde uur slapen. Zo train je je hersenen om de aandacht bij één ding te houden. Je leert beter te plannen en minder te vergeten.
  • Medicatie kan soms hulp bieden als je tegelijkertijd manieren leert om beter met je problemen om te gaan.

Meer weten?