Vertrouwensspelen


Diverse vertrouwensspelen die achter elkaar kunnen worden uitgevoerd. Hierbij kan je tussentijdse besprekingen doen of op het einde van de dag een grotere nabespreking.

Informatie


Vertrouwen - Samenwerken - Er zijn voor elkaar - Hulp vragen - Groepsgevoel - Teambuilding - Samen sterk - Samen zijn

12 - 16 jaar

Vanaf 10 jongeren

Afhankelijk van de gekozen vertrouwensspelen

Afhankelijk van de gekozen vertrouwensspelen

Tips


Vertrouwen hebben in elkaar en verdraagzaamheid hangen nauw samen. Onbekend is onbemind zegt men wel. Vertrouwen is iets dat je geleidelijk aan opbouwt. Daarom doe je vertrouwensspelen best in volgorde van moeilijkheid: eerst de spelletjes die niet veel vertrouwen vragen en daarna spelletjes waar je echt op elkaar moet kunnen rekenen.

Nabespreking


Doe een stellingenspel om discussie op gang te brengen:

  • Is een goede buur beter dan een verre vriend?
  • Kan een vriend je harder kwetsen dan een vreemde?
  • Kan het kwaad als je te veel op mensen vertrouwt of juist als je te weinig op hen vertrouwt?
  • Wat helpt je om anderen te vertrouwen?
  • Op anderen beroep moeten doen is een teken van zwakte?

De begeleider legt ook kort de knaltip ‘Reken op anderen’ uit en legt de link met www.noknok.be.

Verloop


Kruiwagenrace

De jongeren zetten zich in groepjes per twee. Een jongeren plaatst zich in de kruiwagen, een tweede zal de kruiwagen voortduwen. Een parcours wordt afgelegd. Halverwege het parcours verwisselen de posities.

Onzichtbare muur

Er wordt een balk of grote traktorband op twee meter hoogte gehangen tussen twee bomen. De bedoeling is dat de groep zonder hulpmiddelen over de balk of door de band de overkant bereiken. Let hierbij op de veiligheid en zorg dat je als begeleider steeds aan het spotten bent.

Donkere muur

één jongere wordt geblinddoekt en zet zich een tiental meter voor de groep. De groep stelt zich op in één lijn naast elkaar. Als de geblinddoekte jongere klaar is, begint deze te lopen en wordt hij opgevangen door de rest van de groep.

Blind fietsen

de jongeren worden opgedeeld in twee groepen van 4-6 personen. Elke jongere probeert een vooraf uitgestippeld parcours geblinddoekt met de fiets a f te leggen. Dit zonder een voet aan de grond te zetten. De andere jongeren blijven aan het begin van het parcours staan en roepen aanwijzingen. Elke jongere legt het traject een keer af.

Rattenvanger

De jongeren worden geblinddoekt verspreid in een speelveld. Op het veld wordt met een lint een vierkant afgebakend met een opening. Eén jongere zonder blinddoek tracht iedereen in het vierkant te drijven.

Boomklimmen

Een jongere tracht tot een bepaalde hoogte in een boom te klimmen. Hij wordt beveiligd door middel van een klimtouw (leeftouw). De overige jongeren kunnen helpen bij het beveiligen. Je kan ook altijd boven in de boom een klein leesopdrachtje hangen of een papier waar ze met een pen hun naam opschrijven of een boodschap voor de volgende.

Rollend tapijt

Iedereen ligt op de grond naast elkaar op de buik. Iemand ligt in het begin van de rij op de achterwerken van de andere spelers. Als iedereen tegelijk begint te rollen in één richting, wordt de persoon die bovenop ligt vooruit gerold.

Stormloop

Maak twee rijen met de gezichten naar elkaar, met de armen gestrekt zodat ze mekaar net niet raken. Laat nu enkele deelnemers heel hard door deze rij lopen, en trek de armen pas weg als de deelnemer er bijna tegen dreigt te botsen.

Kringzit

Iedereen staat in een kring zo dicht mogelijk tegen elkaar, buik tegen rug. Iedereen moet echt tegen elkaar ‘plakken’. Je binnenste voet staat met zijn punt tegen de hiel van de vorige. Op een teken van de spelbegeleider gaan ze allemaal tegelijk zitten, zodat ze op de schoot van hun ‘achterbuurman’ zitten. Als iemand valt of uit de kring stapt, moet iedereen naar buiten stappen of vallen, zo vermijd je ongelukken.

De plank

Een deelnemer staat in het midden van een niet al te grote kring. Hij houdt zich zo stijf als een plank en doet de ogen dicht (of wordt geblinddoekt). Dan wordt de deelnemer (zachtjes!) van de ene persoon naar de andere geduwd. De voeten van de ‘plank’ mogen niet van hun plaats komen.

Vogelvlucht

Iedereen staat in een rij achter elkaar van klein naar groot. Het is de bedoeling dat iedereen van voor naar achter doorgegeven wordt boven de hoofden. De begeleiders geven de door te geven persoon aan en helpen hem aan de andere kant van de mensenrij er weer a f. Zij blijven ook aan de zijkant van de rij staan om in te grijpen als het nodig is. Let erop dat de ‘doorgevers’ hun armen altijd gestrekt houden en nooit uit de rij gaan. Zorg ervoor dat ze niet stoppen met doorgeven en dicht bij elkaar blijven staan. De ‘doorgegevene’ houdt zich zo stijf als een plank.

Blind vertrouwen

De deelnemers staan naast elkaar en worden op 1 rij met handen en voeten aan elkaar gebonden. De deelnemers worden afwisselend geblinddoekt, zodat de helft van de groep blind is. Daarna wordt het hindernissenparcours afgelegd. Op het einde van het parcours wordt 1 deelnemer extra geblinddoekt. De groep legt het parcours opnieuw a f, waarna opnieuw iemand wordt geblinddoekt. Dit gaat zo verder tot iedereen een blinddoek om heeft. De groep bepaalt zelf hoe ver ze gaan.