Samenwerkingsspelen


Diverse samenwerkingsspelen achter elkaar laten spelen. Deze spelen kan je tussentijds bespreken of er kan op het einde van de opdrachten een nabespreking volgen over samenwerking en elkaar steunen.

Je kan er ook een wedstrijd van maken, waarbij de jongeren voor elke geslaagde opdracht een van de ingrediënten kunnen winnen om pannenkoeken te maken.

Informatie


Samenwerken - Teambuilding - Groepsgevoel - Samen sterk - Er zijn voor mekaar

12 - 16 jaar

Vanaf 10 jongeren

Afhankelijk van de keuze van de opdrachten

Afhankelijk van de keuze van de opdrachten

Tips


Je kan tijdens de opdrachten sommige spelers een handicap geven. Bij een zeer grote groep kan je nog eens in kleinere groepjes onderverdelen.

Het is altijd leuk om foto’s of filmpjes te maken van deze activiteiten en ze naar ons op te sturen. Op die manier maak je bovendien een kans op een plaatsje in de rubriek ‘Jongere in de kijker’ op www.noknok.be.

Nabespreking


Maak met je groep een mindmap rond ‘Reken op anderen‘. Geef elke jongere of groepjes jongeren een groot vel papier en pennen. Ze noteren in het midden het thema. Geef verschillende jongeren of groepjes verschillende thema’s.

Bijvoorbeeld: Er zijn voor mekaar – Teambuilding – Mijn vrienden – Raad vragen – Samenwerken. Vanuit dit thema maken de jongeren aan de hand van een boomstructuur associaties met vertakkingen naar meer verdiepende onderdelen van dit onderwerp. Bespreek de mindmaps nadien in groep aan de hand van een grote mindmap, die nog verder mag worden aangevuld door de jongeren of de leider/leidster. De begeleider legt ook kort de knaltip ‘Reken op anderen’ uit en legt de link met www.noknok.be.

Op deze site vind je massa’s spelen, ook enkele die gaan over samenwerken, zoals ‘Blinde stoelcirkel’, ‘Blind vierkant’….

Verloop


Donkere stoelcirkel

De jongeren worden geblinddoekt geplaatst rond een berg stoelen. Ze proberen als groep de berg te ontwarren en in een cirkel te plaatsen, zodat alle stoelen op een meter afstand van elkaar staan. Er mag onderling overlegd worden. Wanneer ze denken dat de opstelling correct is, mogen ze allemaal op een stoel gaan zitten.

Zeil opplooien

De jongeren plaatsen zich in een klein veld. Iedereen wordt geblinddoekt. Het zeil (laken) wordt slordig opgerold op een hoopje. Iedereen houdt het zeil vast. Bedoeling is het zeil op te plooien tot een vierkant of rechthoek. Iedereen blijft op zijn plaats zitten.

Touw ontwarren

Er wordt een lang, dik touw op een hoopje gegooid in het midden van de groep. Vervolgens vraag je alle jongeren het touw met hand vast te pakken. Opdracht is om het touw terug te ontwarren zonder de handen los te laten en uiteindelijk op een rij te staan met de handen aan een ontward touw zonder knopen.

Touwbrug

Er is een overstroming geweest. De hulpverleners hebben enkel een dik koord om over het overstroomde gebied te raken, om zo het ‘pakketje geneesmiddelen en dekens’ (kleine doos) naar de overkant te brengen en daar de slachtoffers van de overstromingsramp te helpen. Er is een koord gespannen tussen twee bomen, die 3 á 4 meter van elkaar staan. Een meter hoger hangt een tweede koord aan één van deze bomen.

Deze koord reikt maar tot halverwege de tweede boom. De jongeren moeten proberen van de ene naar de andere boom te wandelen over het touw, terwijl ze het pakketje meenemen.

Boot

Verderop blijkt de overstroming veel erger. Nu hebben de jongeren een boot nodig, voorgesteld door stoelen. De boot is klein: er zijn veel minder stoelen dan jongeren (ongeveer de helft van het aantal jongeren plus één). De hele groep met het pakket vertrekt vanaf een punt en probeert met behulp van de stoelen aan de overkant van het speelveld te geraken. Als team samenwerken is weer erg belangrijk, want er mag niemand onderweg ‘in het water vallen’.

Hindernis

De hevige regenval heeft niet alleen overstromingen veroorzaakt, maar ook aardverschuivingen. Hierdoor is de begane weg bezaaid met hoge hindernissen. Het team zal dus eerst een hoge hindernis moeten overbruggen om het pakket bij de slachtoffers te kunnen brengen. Een touw wordt op een bepaalde hoogte (kan tot schouderhoogte) vastgehouden door twee begeleiders. Je kan ook kiezen om het touw tussen twee bomen te spannen. De jongeren staan met het pakket allemaal aan één kant van het touw. Ze moeten proberen allemaal aan de andere kant te geraken. Ze mogen het touw niet aanraken, er niet onderdoor lopen en er niet langs gaan. Met andere woorden: ze moeten elkaar helpen om over het touw te geraken.

Bijkomende ideeën: Aansluitend op deze activiteit kan je een spel spelen over hulpverlening. Je kan ook verder gaan met het thema ‘samenwerken’ door met de oudste groep een activiteit voor een jongere groep uit te werken of door met de deelnemers een project voor ‘groot publiek’ uit te werken (bv. een sketch, een opvallende reclameactie voor je eigen groep op de markt…).

(Bron: Jeugd Rode Kruis)

Zeil omkeren

Leg een zeil op de grond. Alle deelnemers gaan erop staan. Nu moet de ganse groep het zeil omdraaien zodat iedereen aan de onderkant van het doek komt te staan. Daarbij mogen de deelnemers niet van het zeil afstappen.

Touwspel

Zorg voor een vierkante plaat van ongeveer 40×40 cm (of iets anders dat stevig is) met x gaatjes, bevestig daaraan x stukken lang touw (x = het aantal jongeren), gelijk verdeeld over de vier zijden. Verder heb je nog een bekertje water en een binnenband van een fiets nodig. Iedere deelnemer neemt het uiteinde van een touw, gaat in de kring staan en trekt het touw aan zodat het bord in het midden blijft hangen. Je zet op het bord een plastic bekertje gevuld met water. Een van de jongeren krijgt een fietsband. Het is de bedoeling dat ALLE jongeren door de fietsband kruipen zonder dat het bekertje water valt. Het aantal jongeren heeft geen belang, maar hoe groter de groep, hoe moeilijker het is om samen tot een oplossing te komen. Maar daarom is het natuurlijk niet minder plezant!

Magisch vierkant

Teken op de grond een rechthoek en verdeel hem in vakjes. Het aantal vakjes is gelijk aan het aantal jongeren + 1. Geef elk vakje een nummer. Elke jongere gaat op een vakje staan. Geef daarna aan iedereen willekeurig een kaartje met een nummer op. Elke jongere gaat nu op het vakje met het nummer van zijn kaartje staan. Er is één leeg vakje waardoor vooruit, achteruit of links en rechts kan worden bewogen. Samenwerking is hier dus zeer belangrijk. Bij sommige groepen lukt dit zeer vlot, bij andere totaal niet. Je kan een handje helpen door bijvoorbeeld toe te laten dat één iemand uit het vierkant stapt en zijn plaats inneemt. Als je buiten het vierkant stapt, krijg je immers makkelijker een overzicht en kan je de groep aanwijzingen geven.

Spinnenweb

Maak met touw een spinnenweb dat je tussen bijvoorbeeld twee bomen spant. Maak het web zo dat er evenveel gaten zijn als jongeren. Zorg ook voor gaten van verschillende grootte. Alle deelnemers moeten via het web aan de andere kant zien te geraken. Wie het touw aanraakt, moet terugkeren. Elk gat mag maar één keer worden gebruikt.