Time’s up!


Raden van echte of fictieve personen. De eerste keer worden ze (uitvoerig) beschreven, daarna met slechts één woord getypeerd en vervolgens uitgebeeld. De hoogste score wint.

Informatie


Ontspannen

12 - 16 jaar

Vanaf 6 jongeren

45 min.

Papieren en pennen, rode en groene blaadjes voor de nabespreking.

Tips


Deze activiteit is maar heel kort van duur, dus het is interessant om een aantal van deze kleinere acties aan elkaar te koppelen en op die manier toch een hele namiddag te werken rond één of meerdere van de knaltips. Wissel ‘denkactiviteiten’ ook steeds a f met ‘doe-activiteiten’ om de aandacht van de jongeren erbij te houden.

Er zijn natuurlijk nog een hoop andere spelletjes om het belang van ontspannen, tijd voor jezelf nemen en genieten aan te tonen. Wees creatief en ga aan de slag. Hou zeker ook een nabespreking om jongeren echt bewust te maken.

Nabespreking


Geef iedereen een rood en groen papier en laat ze op het rode papier iets schrijven waar ze stress van krijgen, dat hen niet ontspant. Op het groene papier laat je ze iets schrijven dat hen wel kan ontspannen. Laat vervolgens iemand starten met een rood of groen papier in het midden van de kring te leggen. Hij/zij vertelt kort wat op het blaadje staat. Iedereen die iets gelijkaardigs op zijn papiertje had geschreven legt het er vervolgens bij in het midden van de kring. Wie wil mag er nog kort een toelichting bij geven. Vervolgens legt de volgende een groen of rood blaadje in het midden en licht dit toe. Jongeren die op hun blaadje een gelijkaardig antwoord schreven, leggen hun blaadjes er opnieuw bij. Zo gaat de nabespreking verder tot iedereen zijn/haar blaadjes in het midden heeft gelegd.

De begeleider licht de knaltip ‘Tijd voor mezelf’ toe en legt de link met www.noknok.be

Verloop


Ieder lid van de groep schrijft drie tot vijf echte of fictieve personen op een blaadje. Vervolgens worden alle blaadjes verfrommeld en in een doos gestoken. Iedereen zet zich vervolgens per twee. Het spel verloopt in drie ronden waarin telkens de vertellers van elk team zoveel mogelijk namen moeten doen raden binnen de minuut. Nadat een team heeft gespeeld, wordt de mand doorgegeven en komt het volgende team aan de beurt.

  • Ronde 1: De te raden persoon wordt uitvoerig beschreven. De medespelers mogen zoveel pogingen doen als nodig om de kaart te raden. De verteller mag helaas niet passen. Dit verhoogt de druk op deze speler om zijn uiterste best te doen. Als van elk team aan de beurt is gekomen, eindigt de eerste ronde.
  • Ronde 2: De gebruikte blaadjes worden samengelegd voor de tweede ronde. Nu mag de verteller van dienst slechts één woord gebruiken om de persoon te laten raden. Niet gemakkelijk. Zijn teamgenoten mogen ook maar één poging doen om de kaart te raden. Bij een fout gaat de kaart onderaan de stapel en komt een verteller van het volgende team aan de beurt.
  • Ronde 3: Tijdens de derde ronde mag er niets meer gezegd worden. Nu moet je de personen raden door ze uit te beelden.

Het team dat na deze drie ronden de meeste kaarten kon raden, wint het spel.